Op de xe9xe9n of andere manier lijkt het erop dat ik de laatste paar dagen steeds voldoende inspiratie heb om hier een hoop neer te schrijven. Ergens is dat natuurlijk wel fijn. Inspiratieloosheid geeft minder voldoening. Maar inspiratieloosheid maakt ook heel duidelijk dat het vakantie is, dat je even niets hoeft. Zoiets. Nu heb ik zoveel inspiratie voor dingen dat ik steeds denk: Dit moet ik zeggen. Dat moet ik opschrijven. Dat. En dat. En dat. (En je wordt moe. Zo moe!).
Ik was wat interviewtjes van mijn nieuwe favoriete band aan het kijken op youtube en ergens in zo'n interview kwam de twitter van de leadzanger naar voren. Ik kijken. En dus. In mijn overautistische enthousiasme vond ik het zo briljant hoe het ging over Art-Garfunkelkapsels en een kat die Harry heette.. En weet je, het is natuurlijk heel leuk enzo allemaal. Maar ik was gisteren zo enthousiast dat ik er bijna een blog aan zou wijden. (Als ik de hele dag voor mezelf bandje speelde zou ik xe9cht autistisch zijn..). Ik weet ook wel dat ik niet mag spotten met autisme, maar ik betrap mezelf wat muziek en leuke zangers betreft xe9cht op verschrikkelijk autistische trekjes. Dat is op zich niet zo erg, zolang ik het voor mezelf houd.. maar het fijnst is om dat te delen. En dat kan niet. Want de wereld interesseert het niet. En weet je? Ze hebben gelijk! Het boeit mij ook niet of iemand zijn sokken net gewassen heeft (tenzij je het ruikt dan), of dat iemand net zijn hond heeft uitgelaten. Omdat iemand toevallig leuke liedjes zingt worden dat soort basale dingen ineens wel interessant? (Al ging het dan niet over sokken en honden, maar dat terzijde).
Vannacht. Klokslag xe9xe9n. Na twee uur ronddraaien en rondwoelen bedacht ik me dat ik gewoon niet kon slapen. Klaar! – goed, het volgende is voor een deel gebaseerd op fictie, maar het geeft een idee wat een bende het was vannacht: Harry spookte door mijn gedachten. Harry. Regen. Ik wil slapen. Muziek. Fav. Band. Uren denken. Ik wil slapen. Ik moet niet nadenken. Verdorie, het is al halftwee. Brievenaanvanalles. Wat heb ik vannacht gedroomd? Het was fijn. En eng. En wat als het uitkomt? Ik wil niet. Ik wil wel. Nee. Ik wil slapen. Ik moet slapen. *Draai. Woel*. Ik hou van katten. Mijn kat is de liefste. Wat ga ik morgen doen? Gaat het morgen regenen? Morgen geen muziek luisteren. I wanna be in the light, as you are in the light. Morgen geen TobyMac luisteren. I want to live on a boat. Ook geen B2C. Morgen maar helemaal geen muziek luisteren. Rust nemen. Geen prikkels. Overprikkeld, vast. Ik MOET slapen. En wel NU. (draai, woel!). Twee uur. Als ik dan niet kan slapen help ik mezelf een handje. Maar wacht. Wat is dat? Honger. Trek. Gerommel. Nee. Niet nu. Niet eten: Slapen! Draaien. Kussen is lekker koel. Maar nee. Kussen alweer warm. Draaien. Knor? Waarom doen zoveel mensen een spatie voor het uitroepteken? O nee. Grote honger. Zzz. wil ik. Maar nee. Geen zz. rrrommel.
En dus sjokste ik richting aanrecht, waar nog wat overgebleven koude patat (!) stond. En dat heb ik heerlijk om kwart voor drie op zitten knagen, terwijl de maan bleekjes, half bedekt door de wolken, over de maxefs scheen. Waarna ik dan eindelijk kon slapen.
Op de xe9xe9n of andere manier heb ik nxfa al geen zin in vanavond.